Oppositie stelt zich vragen
bij kostprijs grote projecten
Het Laatste Nieuws
13 februari 2007
Tijdens de jongste
gemeenteraadszitting bespraken de Izegemse raadsleden uitvoerig
de de beleidsnota van het nieuwe schepencollege. De kritiek van
de oppositie bleef relatief braaf. Toch trokken alle
oppositiepartijen voor een aantal punten aan hetzelfde zeil,
onder meer over de kostprijs van de geplande, grote projecten.
De beleidsnota van de nieuwe
legislatuur is een bondige voorstelling van wat het
schepencollege de komende zes jaar zoal wil realiseren.
Maandagavond maakte de oppositie haar visie op de nota kenbaar.
Elke partij vond dat er heel wat zaken beter konden, maar
niemand had echt fundamentele problemen. N-VA uitte als eerste
haar kritiek. Kurt Himpe vond dat de beleidsnota op enkele
vlakken niet ambitieus en concreet genoeg was. Hij miste de
prioritaire aanpak van een aantal pijnpunten in het Izegemse
stratennet. Verder vond Himpe dat het schepencollege nogal wat
oude wijn in nieuwe zakken serveerde.
De Leest
Stefaan Sintobin (Vlaams
Belang) vergeleek de beleidsnota dan weer met een
nieuwjaarsbrief. Hij wil vooral een grotere nadruk op het Vlaams
karakter van Izegem. Noël Vansteeland (VLD) had een aparte
tactiek om op gaten in de nota te wijzen. Hij was in de
archieven gedoken en had de niet-gerealiseerde punten van vorige
beleidsnota's genoteerd. Dat bleken er heel wat. Hij wees er nog
eens op dat zelfs nog niet gekend is hoeveel het prestigieuze
project De Leest zal kosten. Vansteelands collega, Geert
Leenknecht, had op zijn beurt graag wat meer aandacht gezien
voor Kachtem. Na de eerste besprekingsronde vond burgemeester
Gerda Mylle (CD&V) dat de kritiek al bij al goed meeviel, en
"dat de meerderheid dus een goede beleidsnota had
afgeleverd".
(Piet
Van Coillie)