Het geval Sarre.
Monseigneur Waffelaert en het Vlaams-nationalisme
Wij (Vlaams-nationaal
weekblad), Meervoud, Ten Mandere
Juli 1997, oktober 1997,
april 1998
Op 2 juli 1927 meldde het plaatselijke
Izegemse blad De Mandelbode: “Wij vernemen dat op bevel der bisschoppelijke toezichtcommissie van het
katholiek lager onderwijs, een onderwijzer uit zijn ambt ontslagen is [...]“.
Het ontslag van Frans Sarre leidde, zelfs tot ver buiten Izegem, tot een heftige
reactie vanuit Vlaams-nationalistische hoek en ging de geschiedenis in als
“het geval Sarre”. Frans Sarre overleed 10 jaar geleden op 86-jarige
leeftijd.
Waarom werd Frans Sarre in 1927 ontslagen?
Een terugblik op de gebeurtenissen.
Frans
Sarre: onderwijzer
en Vlaams-nationalist
Frans Sarre werd op 13 november 1901 in
Izegem geboren. Hij studeerde voor onderwijzer in Torhout en behaalde daarna nog
een diploma van brancardier. Met cursussen van de Gentse universiteit studeerde
de autodidact Sarre pedagogie. Vanaf 1 augustus 1921 werd Sarre onderwijzer in
de Izegemse Heilig Hartschool. Het werd zijn eerste en laatste lesopdracht.
Frans Sarre was al vroeg actief in het
Vlaams-nationalisme. Na de Eerste Wereldoorlog werd hij voorzitter van de
Izegemse studentengilde Vlaamsch en Vroom, die vanaf toen onder de invloed van
het Vlaams-nationalisme stond. In 1924 richtte Odiel Spruytte, een vlaamsgezinde
priester, een studiebond voor
jongeren op. Ook daarin speelde Frans Sarre een rol. Hij was ook medewerker aan Het Vlaamsche Land, een weekblad dat van 1919 tot 1926 verscheen.
Nadien publiceerde hij in Jong Dietschland,
dat eigenlijk de opvolger was van Het Vlaamsche Land, maar dat politiek duidelijk meer nationalistisch
was. Sarre trad tot het Verdinaso toe, maar weigerde Joris Van Severen in zijn
“nieuwe marsrichting” te volgen. Daarom vervoegde hij de rangen van het
Izegems Katholiek Vlaamsch Nationaal Verbond (KVNV). Sarre werd tijdens het
interbellum een van de hoofdfiguren van het Izegemse Vlaams Huis.
Het
ontslag: verloop en reacties
Op zondag 26 juni 1927 werd Sarre bij de
pastoor van de Izegemse Heilig Hartparochie geroepen, die hem een brief van de
toenmalige bisschop Waffelaert voorlegde. In deze brief stonden drie eisen: hij
moest “1) openlijk zijn Vlaams-nationale
gedachte intrekken; 2) zich afscheuren van de partij der katholieke
Vlaams-nationalisten; 3) zijn naam doen schrappen van de lijst der medewerkers
van Jong Dietschland”.
Volgens de Vlaams-nationalistische versie
werd Sarre voor de keuze gesteld: de eisen aannemen of uit de school gezet
worden. Volgens diezelfde versie vroeg Sarre uitstel om de zaak te kunnen
bekijken. Maar hij werd, zonder een antwoord te krijgen op zijn vraag,
ontslagen. De katholieke versie hield het bij de vaststelling dat Sarre zich
niet aan de bisschoppelijke voorschriften wilde onderwerpen en daarom de school
moest verlaten. Frans Sarre werd officieel op 29 juli 1927 als onderwijzer
ontslagen.
De
achtergrond van het ontslag: Monseigneur Waffelaert
De redenen voor het ontslag en de reacties
van de Vlaams-nationalisten en de katholieken moeten in een ruimer kader gezien
worden. Volgens de geraadpleegde bronnen en de afgenomen interviews speelde Mgr.
Waffelaert daarin een belangrijke rol.
Mgr. Waffelaert hield vast aan de traditie,
die in het bisdom Brugge meer uitgesproken was dan elders, dat de bisschop het
katholieke leven in handen hield. Hij had schrik voor alles wat een verzwakking
voor de katholieken kon betekenen. Tijdens het interbellum was hij vooral
beducht voor degenen die de partij-eenheid bedreigden en daartoe behoorden de
Vlaams-nationalisten. Hij verweet ze dat ze de katholieke eendracht verbraken en
zo in de kaarten van de socialisten speelden.
De houding van Mgr. Waffelaert leidde tot
een gespannen verhouding met de Vlaamse beweging, een spanning die resulteerde
in de “beruchte” veroordeling van het Vlaams-nationalisme gericht aan de
geestelijken, gevolgd door een scherpe veroordeling op het einde van een
vastenbrief op 1 februari 1927, deze keer ook aan de gelovigen gericht: “[...]
houden Wij eraan opnieuw te verklaren dat Wij de nationalistische
politiek afkeuren en veroordelen, en namelijk het zoogezegd vlaamsch
nationalisme, in den zin van den brief der Bisschoppen van België op 11 October
1925. Wij verbieden op strenge wijze alle dagbladen en schriften, die deze
dwalingen verdedigen, te lezen of te verspreiden [...]”.
De verwijzing naar de dagbladen en schriften
slaat op De West-Vlaming, Vlaanderen, De Schelde en Jong
Dietschland. Frans Sarre bleef na deze twee vermaningen aan
“veroordeelde” tijdschriften mee-werken, ook toen na de tweede veroordeling
aan alle onderwijzers in de vrije onderwijsinstellingen schriftelijke
onderwerping aan de bisschoppelijke voorschriften geëist werd op straffe van
ontslag. Het was trouwens niet alleen verboden Vlaams-nationalistische kranten
en tijdschriften te lezen, ook studiedagen bijwonen werd verboden, waarbij
opnieuw gedreigd werd met ontslag.
Izegem
als Vlaams-nationalistische kern
Mgr. Waffelaert moet de gebeurtenissen in
Izegem argwanend gevolgd hebben. In die stad was voor het eerst in zijn bisdom
een christelijke arbeidersbeweging gescheurd, meer bepaald onder invloed van
Odiel Spruytte. Dat gebeurde in 1925 en leidde tot een verzwakking van de
katholieke partij in Izegem. Deze partij behield bij de
gemeenteraadsverkiezingen van 1926 de meer-derheid, maar verloor wel drie zetels
(zie tabel 1).
|
Jaar
|
Kath.
|
Soc.
|
Midden-stand
|
Vl.
Nat.
|
Com.
|
|
1921
1926
1932
|
10
7
9
|
2
2
3
|
1
2
3
|
-
2
-
|
-
-
0
|
Tabel
1 - Verdeling zetels (Izegemse
gemeenteraadsverkiezingen)
In 1925 waren er nationale verkiezingen
geweest en die hadden ook al tot een verzwakking van de katholieke partij
geleid. Toen behaalden de Vlaams-nationalisten een winst van twee zetels en
ongeveer 25.000 stemmen, hoofdzakelijk ten nadele van de katholieken (zie tabel
2). Bij die verkiezingen verloren de katholieken het overwicht en hadden de
socialisten evenveel verkozenen. In twee jaar tijd was de katholieke partij
verzwakt uit de verkiezingen gekomen en ging het de Vlaams-nationalisten voor de
wind. En hoedde Monseigneur Waffelaert zich niet voor een verzwakking van de
katholieke partij?
|
Jaar
|
Kath
|
Lib
|
Soc
|
Com
|
Vl.
Nat
|
Rex
|
An-dere
|
To-taal
|
|
1919
1921
1925
1929
1932
1936
1939
|
73
80
78
76
79
63
73
|
34
33
23
28
24
23
33
|
70
68
78
70
73
70
64
|
-
-
2
1
3
9
9
|
5
4
6
11
8
16
17
|
-
-
-
-
-
21
4
|
4
1
-
1
-
-
2
|
186
186
187
187
187
202
202
|
Tabel
2 - Verdeling Kamerzetels (nationale
verkiezingen)
Deze samenloop van omstandigheden leidde ons
inziens dan ook tot de (on)rechtstreekse tussenkomst van Mgr. Waffelaert in het
geval Sarre. Door het ontslag van een onderwijzer zou opnieuw een voorbeeld
gesteld worden. Zo hoopte de bisschop waarschijnlijk een dam op te werpen tegen
de groeiende steun (onder andere ook binnen de Kerk) voor de
Vlaams-nationalisten en op een recuperatie van degenen die voor de nationalisten
gestemd hadden in plaats van voor de katholieken.
Geen
alleenstaand geval
Het ontslag van Frans Sarre als onderwijzer
was zeker geen alleenstaand geval. Buiten Izegem vonden we ook voorbeelden van
onderwijzers die ontslagen werden omwille van hun Vlaams-nationale sympathieën.
In de Antwerpse Vlaams-nationalistische krant De
Schelde vonden we de melding van het ontslag van een Brugse onderwijzeres,
mevrouw Devroe-Puype. Haar man gaf een brochurenreeks Branding uit, waarin opstellen uit Jong Dietschland werden
opgenomen.
In een pamflet dat de Izegemse
Vlaams-nationalisten in 1930 verspreidden met als titel “sectarisme” -
neiging tot sekten - stond te lezen: “Wij
hebben het geval Sarre, Claeys en Devos. Drie voorbeeldige onderwijzers die [...]
werden weggeschopt omdat ze niet deelzaam waren in de mening der
staatskatholieke partijleiders”. Rudolf Claeys was onderwijzer in Watou,
Devos was afkomstig uit Menen.
Zijn Vlaanderen bleef hem altijd lief,
al bleek dat Vlaanderen soms zo klein!
Nooit deed hij water in zijn wijn
maar klaarde als hij ‘t glas ophief!
Zijn blik, zijn boek, zijn horizon,
verruimden ruim de mens.
Hij vloog en voer van grens tot grens
en leerde nauw al wat maar kon.
Een levenlang was ‘t baar na baar,
vol ups en downs, omhoog, omlaag,
de wereld rond, één open vraag:
wat is er echt, wat is er waar?
En toen de boot voorgoed vertrok,
vertrok die boot naar d’Overkant...
een man keek heel alleen, de klok
toen wist dat hij voorgoed vertrok...
En is Frans Sarre hier vandaan,
die “Vlaamse Leeuw” zal nooit vergaan!
P.F.