Als een schoolbank plots
leeg blijft...
Psychologos
Maart 2009 - Jaargang 24
- Nummer 1
Het
gebeurt wel vaker dat een leerling door ziekte een tijdje
afwezig is in een school. Maar wat als de korte periode enkele
weken wordt en de school het nieuws krijgt dat er bij de
leerling een ernstige, misschien ongeneeslijke ziekte is
vastgesteld… Opeens komt er van alles op het kind en de ouders
af, maar ook op de school, het lerarenteam en de klasgenoten van
de leerling.
Lieselot
Verbeke studeerde eind juni 2008 af aan de KHBO en wijdde haar
proefschrift “Als een schoolbank plots leeg blijft. Wat oma
Rozerood en de laatste twaalf dagen van Oscar voor ons kunnen
betekenen” aan de begeleiding van een klasgroep in zo’n
situatie.
In
het theoretische deel wordt aandacht besteed aan de
ziekteprocessen, het informeren van de klasgroep en de ouders.
In dat deel komt ook aan bod hoe men de zieke leerling die niet
meer op school is toch nog kan betrekken bij het schoolgebeuren.
In het didactische gedeelte wordt met het boek “Oscar en oma
Rozerood” van Eric-Emmanuel Schmitt als basis een spel
uitgewerkt. Via het spel leren jongeren praten over gevoelens en
worden de leerlingen voorbereid op het eventuele verlies van een
klasgenoot.
Ziekteprocessen
Er
zijn heel wat ongeneeslijke ziektes en die verlopen op heel
verschillende manieren. De verscheidene ziekteprocessen kunnen
volgens twee grote criteria onderverdeeld worden. Als de
diagnose gesteld is, wordt het soms al meteen duidelijk dat de
jongere zal sterven aan de vastgestelde ziekte. Het overlijden
komt dan ergens wel verwacht. Ook ziektes met gunstige
overlevingsstatistieken kunnen slecht aflopen en de dood tot
gevolg hebben. Hier komt de dood totaal onverwacht, bijvoorbeeld
in het geval van een hersenvliesontsteking.
De
ziektes kunnen ook onderverdeeld worden in cyclisch of lineair
verlopende ziektes. We spreken van een cyclisch verloop bij
kwaadaardige aandoeningen. Het hele proces is een
aaneenschakeling van kritieke momenten doorheen de behandeling.
Als een jongere geleidelijk achteruit gaat, spreken we van een
lineair verlopende ziekte, zoals spier- en hartaandoeningen.
Vanzelfsprekend
wordt de ziekte waarmee een jongere te maken heeft op een
verscheidene manier beleefd. Als een overlijden enigszins
verwacht wordt, kan de klas stap voor stap afscheid nemen van de
klasgenoot. In het geval van een plots overlijden is dit niet
mogelijk.
Informeren
van de klas en van de andere ouders
De
school kan een klasgroep en de andere ouders pas informeren als
de leerling zelf op de hoogte is van de ziekte. Er is ook
toestemming nodig van de ouders en van de zieke leerling. Zij
bepalen ook welke informatie mag doorgegeven worden. Regelmatig
contact met de leerling en met de ouders is dus voor elke partij
zeer belangrijk.
Niet
meer op school…
Als
een leerling door ziekte niet meer naar school kan komen, is het
noodzakelijk dat er contact is tussen de leerling en de
klasgroep. Hierbij zijn er tal van mogelijkheden:
- via
een beurtrol maken de klasgenoten een dagboek. Om beurt
schrijven de leerlingen een leuke anekdote, een
verslagje…;
- in
het klaslokaal wordt een postbus geplaatst waarin de
leerlingen een brief, een tekening… kunnen stoppen. Ook de
zieke leerling kan een brief schrijven naar zijn of haar
klasgenoten;
- de
leerlingen maken een videoreportage van activiteiten op
school zoals een sportdag, een kerstfeestje… Hier kan de
zieke leerling zelf een videoboodschap inspreken of in
bepaalde gevallen ook een reportage maken in het ziekenhuis;
- als
er door bepaalde omstandigheden geen mogelijkheid is om
bewegende beelden op te nemen, dan kunnen er uiteraard ook
digitale foto’s uitgewisseld worden;
- door
de huidige multimediavoorzieningen kan er gemakkelijk
contact gehouden worden via e-mail, chatsessies of webcam;
- …
Oscar
en oma Rozerood
Voor
de uitwerking van het proefschrift werd het boek “Oscar en oma
Rozerood” van Eric-Emmanuel Schmitt als uitgangspunt genomen.
De auteur vertelt het verhaal van de stervende Oscar die in het
ziekenhuis steun krijgt van een vrijwilliger, oma Rozerood die
hem meeneemt in de fantasie dat hij elke dag tien jaar ouder
wordt. Oscar is geen vragende partij, maar beetje bij beetje
maakt hij door haar – in zijn laatste twaalf dagen – kennis
met verschillende gevoelens, levensvragen en geloof.
Begeleiding
via een spel
Het
didactisch deel van de thesis is opgevat als een spel. Door het
actieve deel en het niveau van de opdrachten kan het spel
gebruikt worden bij leerlingen uit zowel aso-, tso- en
bso-richtingen uit de eerste, tweede of derde graad. Maar een
spel dat enkel kan gebruikt worden voor jongeren die te maken
krijgen met een ernstig zieke klasgenoot is echter te beperkt
als uitgangspunt. Het doel van het spel is het taboe rond
sterven en afscheid nemen te doorbreken. En daardoor kan het
spel ook preventief gebruikt worden. Aan elke “soort”
leerling is tijdens het maken van het spel gedacht, zowel
doener, denker, beslisser en bezinner. De actieve elementen
maken het spel luchtiger en zorgen dat ook bso-leerlingen zich
geen moment vervelen. Hen blijven prikkelen is immers
noodzakelijk, maar niet eenvoudig. Het competitiegevoel is erin
verwerkt om dat gegeven nog wat te versterken.
Het
houten draairad vervangt de klassieke dobbelsteen en is een
soort energizer. Deelnemers mogen van hun plaats weg gaan en een
flinke draai aan het rad geven. Er wordt aangegeven of ze met
hun pion voor- of achteruit mogen op het houten spelbord. Door
de weg van het spelbord af te leggen worden de deelnemers
geconfronteerd met verschillende fragmenten uit het verhaal
“Oscar en oma Rozerood”, allerlei emoties van de personages
en hoe men met die verscheidene gevoelens om kan gaan.
Op
het spelbord komen vier soorten iconen voor, die overeenkomen
met de kaartsoorten (doe-kaarten, medische kaarten,
spreekkaarten en sociale kaarten). Doe-kaarten geven de
deelnemer een opdracht mee (bijvoorbeeld een rollenspel). Wie
een medische kaart krijgt, wordt geconfronteerd met de medische
toestand van Oscar: goed nieuws brengt de deelnemer vooruit op
het spelbord. Via de spreekkaarten ontstaat een dialoog tussen
de verscheidene deelnemers over een stelling of een citaat. De
sociale kaarten geven ook informatie over Oscar, maar dan
specifiek over zijn sociaal leven: zijn relatie tot vrienden,
familie… Net zoals bij de medische kaarten gaat de deelnemer
dan vooruit of achteruit op het spelbord.
Iedereen
kan het spel begeleiden. Alle materiaal zit in dozen en in
specifieke mappen. Wanneer je de handleiding leest en de
materiaallijst nakijkt, kan je aan de slag. Het spel kan niet
alleen gebruikt worden in een schoolomgeving, maar ook in
jeugdbewegingen, pastorale werkgroepen… Kortom: door iedereen
die in contact komt of werkt met jongeren.
Bibliografie
Fiddelaers
– Jaspers (2003). Klein verhaal van rouw. Betekenisvolle
verliezen voor jongeren. Heeze: In de wolken.
Keirse,
M. (2002). Kinderen helpen bij verlies. Een boek voor wie van
kinderen houdt. Tielt: Lannoo.
Keirse,
M. (2006). Stil verdriet. Een boek met audio-cd met troostende
teksten over afscheid nemen. Tielt: Lannoo.
Schmitt,
Eric-Emmanuel. (2004).
Oscar en oma Rozerood. Amsterdam: Atlas.
Verbeke,
L. (2008). Als een schoolbank plots leeg blijft. Wat oma
Rozerood en de laatste twaalf dagen van Oscar voor ons kunnen
betekenen. Onuitgegeven proefschrift, KHBO, Departement
Lerarenopleiding.
Versteylen,
L. (2000). Ga in vrede. Afscheid nemen van Leven. Leuven:
Davidsfonds.
Lieselot
Verbeke is lerares godsdienst aan het Izegemse Vrij Technisch
Instituut (lverbeke@vti-izegem.be)
en Kurt
Himpe is coördinator aan dezelfde school (khimpe@vti-izegem.be).