Persmededelingen
Persoverzicht
|
Wat je niet mag zeggen over
De Leest...
16 januari 2010
Het
was minister Hilde Crevits uit Torhout die De Leest officieel mocht openen
en niét Vlaams vice-minister-president Geert Bourgeois uit Izegem.
Burgemeester Gerda Mylle vond het immers niet gepast dat Geert Bourgeois
zou gevraagd worden om een toespraak te houden tijdens de officiële
opening omdat N-VA - fractieleider Kurt Himpe de laatste tijd te veel
kritiek uitte.
“De
Izegemse minister wordt wel opgevrijd om financiële middelen te
verkrijgen voor projecten zoals de Eperon d’Or en Wallemote, maar voor
andere zaken wordt hij niet gevraagd”, stelde N-VA – gemeenteraadslid
Piet Seynaeve in de gemeenteraad van 7 december. Tijdens die gemeenteraad
bleek dat de Izegemse CD&V niet wil dat er veel negatieve zaken gezegd
worden over De Leest. Want dan word je “gestraft”.
Je
mag bepaalde zaken over De Leest dus niet zeggen, bijvoorbeeld
- dat
in 2005 verklaard werd dat het project in eerste instantie 2,8 miljoen
euro zou kosten (zonder erelonen, zonder btw en omgevingswerken). N-VA
– gemeenteraadslid Filip Motte stelde tijdens de
gemeenteraadszitting van oktober 2009 vast dat de voorlopige kostprijs
van De Leest 6,5 miljoen euro bedraagt;
- dat
iedereen wist dat de huidige locatie geen goede keuze was. Iedere
Izegemnaar weet dat De Leest gebouwd is op de vroegere stortplaats,
waardoor de ondergrond verre van stabiel én vervuild is;
- dat
uit een schriftelijke vraag van gemeenteraadslid Kurt Himpe blijkt dat
de kostprijs voor de sanering van de ondergrond meer dan 12.000 euro
per jaar bedraagt. Afhankelijk van de zuiverheid van het grondwater
kan het zijn dat de installatie tot 30 jaar moet geactiveerd worden;
- dat
de omgevingswerken worden begroot op meer dan 1,1 miljoen euro en voor
de aankoop van allerlei uitrusting nog eens 0,3 miljoen euro voorzien
is. En dan spreken we nog niet van de vaste kosten (personeels- en
energiekosten) bij het operationeel worden van De Leest;
- dat
CD&V zich in alle bochten wrong om het project De Leest
“haalbaar” te maken en dat er heel wat bochtenwerk was: eerst werd
de feestzaal van De Gilde aangekocht omdat het zogezegd een ideale
plaats was. Daarna stelde men vast dat men niets kon aanvangen met dat
gebouw. Vervolgens werd De Leest voorgesteld als cultuurcentrum maar
ook dat was niet haalbaar en daarom kwam er een integratie met het
dienstencentrum;
- dat
het totale prijskaartje van De Leest nu al meer dan 8 miljoen euro
bedraagt. Izegem wordt “cultureel” op de kaart gezet, maar
overschrijdt het kostenplaatje van dit project de financiële
draagkracht van onze gemeente niet?
De
Izegemse N-VA is altijd voorstander geweest van uitbreiding van de
culturele accommodatie, maar was ook altijd zeer kritisch over de
kostprijs. En terecht !
|