|
Blijft controle op deel van
de huurwet dode letter?
17 september 2009
Bij de verhuring van een goed
dat bestemd is voor bewoning in de ruime betekenis moet in elke mededeling het bedrag van de
huurprijs en de gemeenschappelijke lasten vermeld worden. Sinds 18 mei
2007 is deze bepaling van toepassing (artikel 1716 van het Burgerlijk
Wetboek). Inbreuken op deze verplichting kunnen door de gemeenten worden
bestraft met een administratieve boete tussen 50 en 200 euro.
Uit het antwoord van de minister
van Justitie op een vraag die N-VA'er Kurt Himpe liet stellen blijkt dat
er nauwelijks gegevens ter beschikking zijn over het aantal boetes dat
sindsdien uitgeschreven werd.
De minister beschikt enkel over
gegevens van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en vage indicaties van de
situatie in het Vlaams en Waals Gewest.
De Vereniging van Vlaamse Steden
en Gemeenten (VVSG) heeft weet van twee gemeenten die een administratieve
boete ingevoerd hebben of dit binnenkort doen. Maar er zijn nog geen pv's
opgesteld. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er negen
gemeenten (van de negentien) die van de mogelijkheid gebruik hebben
gemaakt om met een administratieve boete te sanctioneren. In drie
gemeenten zijn er ook al pv's opgesteld: in Jette 24, in Ukkel 4 en in
Vorst 144 met een totaal boetebedrag van 6950 euro, waarvan 5120 euro
geïnd werd.
"In de eerste plaats is het
jammer dat het ministerie van Justitie geen zicht heeft op het gebruik van
de mogelijkheid om dergelijke sancties uit te schrijven. Daarnaast stellen
we vast dat de bepaling uit de huurwet in het algemeen nauwelijks
opgevolgd wordt", stelt Kurt Himpe. "Heel wat steden en
gemeenten zien het praktisch niet haalbaar om deze bepaling uit de huurwet
te controleren".

|