Recuperatie van btw voor
investeringen in rioleringen: onduidelijkheid blijft
19 juni 2007
De
btw-recuperatie door steden en gemeenten voor investeringen in
rioleringen blijft een dossier met veel vraagtekens. Dat blijkt
alvast uit het antwoord van minister Didier Reynders op een
parlementaire vraag die N-VA - partijbestuurslid Kurt Himpe liet
stellen.
Nadat
bleek dat bepaalde steden en gemeenten erin slaagden om de btw
op investeringen in hun rioleringsnetwerk te recupereren,
terwijl dit niet zo eenvoudig is voor andere steden en
gemeenten, stelde Kamerlid Patrick De Groote een schriftelijke
vraag aan de minister van Financiën.
In
zijn antwoord laat de minister nu weten dat 207 gemeenten in het
Vlaams Gewest, 6 gemeenten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
en 95 gemeenten in het Waals Gewest een btw-nummer aangevraagd
hebben. In deze cijfers zijn de steden en gemeenten die werken
via een autonoom gemeentebedrijf, regie, havenexploitatie...
niet opgenomen.
Volgens
de minister is men nog altijd (!!) bezig met het bestuderen
welke investeringen wel of niet in aanmerking komen voor de
btw-recuperatie. Door vertegenwoordigers van steden en gemeenten
in verband met riolering en waterzuivering werd onlangs een
niet-exhaustieve lijst opgesteld van de werkzaamheden
gecorreleerd aan modern rioolbeheer. "De administratie
bestudeert nu welke van de werkzaamheden in hoofde van de
gemeenten kosten uitmaken met betrekking tot het belastbare
transport via riolen en bijgevolg voor aftrek in aanmerking
komen."
De
minister meldt ook dat gemeenten die de hoedanigheid van
belastingplichtige verkregen vanaf 1 juli 2005 de zogenaamde
"historische" btw niet in aftrek kunnen brengen.
De
btw op werken voor de aanleg van een gescheiden rioolstelsel of
het afkoppelen van regenwater komt alleen voor aftrek in
aanmerking als een dergelijk systeem onontbeerlijk is voor de
effectieve sanering van het afvalwater.
Minister
Reynders nam alvast lang de tijd om te antwoorden op de vraag
van Kamerlid Patrick De Groote. N-VA - partijbestuurslid Kurt
Himpe liet de vraag in november 2006 stellen, het antwoord werd
pas op 15 juni 2007 gepubliceerd.