Interpellatie over de
werking van het gemeentelijk noodplan na de treinramp
19 mei 2007
Tijdens de
gemeenteraadszitting van 7 mei 2007 interpelleerde
gemeenteraadslid Kurt Himpe het stadsbestuur over de werking van
het gemeentelijk noodplan na de treinramp. Op donderdag 26
april kreeg Izegem de grootste ramp uit haar geschiedenis te
verwerken. De botsing tussen twee treinen had een enorme impact.
"Iedereen is het er
over eens dat de hulpdiensten zeer snel ter plaatse waren en dat
alle diensten die betrokken waren bij de onmiddellijke
hulpverlening schitterend werk leverden. Ook nadien was er heel
wat werk voor diverse stadsdiensten en voor de diensten van de
NMBS en Infrabel en ook hier kan enkel gezegd worden dat men
bijna het onmogelijke deed om alles opnieuw in orde te krijgen",
stelde raadslid Himpe. Hij feliciteerde namens de N-VA - fractie
iedereen die betrokken was bij de hulpverlening.

Tijdens de
gemeenteraadszitting van 2 april 2007 stelde het raadslid al een
vraag over het gemeentelijk noodplan en vroeg hij om dat
noodplan door de gemeenteraad te laten vaststellen. Jammer
genoeg was het enkele weken na de vraag al nodig om het noodplan
te activeren. Aan de vraag die hij toen stelde, kan uiteraard
ook de vraag gekoppeld worden om een grondige evaluatie te laten
opmaken door de betrokken diensten na het in werking treden van
het noodplan.
Gemeenteraadslid Kurt Himpe
vroeg of er al een evaluatievergadering met alle betrokken
diensten plaatsvond. Hij wilde ook weten waarom de Izegemse
Sint-Jozefskliniek pas om 19u.30 officieel op de hoogte werd
gebracht van het ongeval (ongeveer 20 minuten na de
gebeurtenissen) en waarom het Vlaams Kruis niet (onmiddellijk)
ingeschakeld werd voor de hulpverlening.