Visbestand in kanaal
Roeselare-Leie gedomineerd door baars en blankvoorn
24 november 2006
Uit cijfers die
gemeenteraadslid Kurt Himpe kon inkijken blijkt dat baars en
blankvoorn de dominerende vissoorten zijn in het kanaal
Roeselare-Leie.
In 2001 ging een
monitoringmeetnet voor de visstand van de Vlaamse
oppervlaktewaters van start. Op het kanaal Roeselare-leie werden
vijf locaties geselecteerd. De recentste bemonsteringen dateren
van oktober 2004. De locaties werden elektrisch en met fuiken
bevist. In totaal werden er over de hele lengte van het kanaal
859 vissen gevangen met een totaal gewicht van 126 kg. Er werden
16 soorten vis gevangen: paling, brasem, kolblei, giebel,
karper, winde, blauwbandgrondel, blankvoorn, rietvoorn, zeelt,
driedoornige stekelbaars, pos, zonnebaars, baars, snoekbaars en
zilverkarper.
Baars (38 %), gevolgd door
blankvoorn (32 %) domineren qua aantallen het kanaal en maken
samen 70 % van het totaal aantal gevangen vissen uit. Qua
biomassa domineert giebel (18 %) gevolgd door blankvoorn en
paling (beide goed voor 16 % van de totaal gevangen biomassa).
Uit de vergelijking tussen
de cijfers van 1998 en de cijfers van 2004 blijkt dat er enkele
noemenswaardige verschuivingen in het visbestand zijn. Dezelfde
soorten worden nog altijd gevangen en het zijn dezelfde soorten
die nog altijd dominant zijn. De uitgesproken dominantie van
blankvoorn is we heel wat afgenomen in het voordeel van baars.
Er is dus nog altijd een vrij eenzijdig visbestand.
Uit de gegevens blijkt
trouwens ook dat er vraagtekens kunnen geplaatst worden bij het
feit dat de oevers van het kanaal over bijna de hele lengte
kunstmatig verstevigd zijn. Hier en daar zijn er nog min of meer
natuurlijke zones met riet. De aanwezigheid van deze schaarse
zones zijn een absolute noodzaak voor een natuurlijke
recrutering op het kanaal.