Parlementaire vragen
blijven te vaak en te lang zonder antwoord
21 oktober 2006
Het reglement van de Kamer
van Volksvertegenwoordigers stelt dat de minister over twintig
werkdagen beschikt om een antwoord te formuleren op
schriftelijke vragen. N-VA - partijbestuurslid Kurt Himpe stelt
vast dat heel wat ministers deze reglementaire periode
overschrijden. Een kort overzicht van vragen zonder antwoord
doet toch wel vragen rijzen.
Op 28 maart 2006 werd door
Kamerlid Patrick De Groote aan minister Dewael een vraag gesteld
over de invoering van stunbags bij de politiediensten, op 5 mei
een vraag aan dezelfde minister over het aantal gewonden en
overledenen bij de brandweerkorpsen, op 21 juni een vraag aan de
staatssecretaris voor Overheidsbedrijven over de
spooraansluitingen van bedrijven en bedrijventerreinen, op 17
juli een vraag aan de minister van Sociale Zaken en Gezondheid
over de aanwezigheid van asbest in overheidsgebouwen, op 22
augustus een vraag aan de staatssecretaris van
Overheidsbedrijven over treintransporten met nucleaire
bestanddelen.
Alle vragen bleven tot nu
zonder antwoord. Een mooi voorbeeld hoe het controlerecht van de
parlementsleden flagrant aan de kant wordt gezet.